Getuigen van het Boek van Mormon

Heeft iemand behalve Joseph Smith de gouden platen gezien?

Ja. Het historische verslag bevat meer dan 20 mensen die getuigden dat ze de gouden platen zagen en/of hanteerden.[1] Heiligen der Laatste Dagen en niet-Heiligen der Laatste Dagen onder geleerden erkennen dat het gewicht van het historische bewijs de bewering ondersteunt dat Joseph een of ander materieel voorwerp moet hebben gehad (bijvoorbeeld metalen platen) dat hij aan mensen liet zien of door anderen liet hanteren, ook al accepteren niet alle geleerden de ouderdom van de platen of het bestaan van engelen.[2]

Wie waren de ‘officiële’ getuigen van het Boek van Mormon?

Elf mannen dienden als ‘officiële’ getuigen van het Boek van Mormon (zie hieronder). Drie van hen—Oliver Cowdery,[BIO] David Whitmer,[BIO] en Martin Harris[BIO]—werden specifiek door openbaring geroepen om getuigenis af te leggen van hun ervaring met het zien en hanteren van de gouden platen.[3]

een zwart-witgravure uit het voorstuk van het tijdschrift The Contributer uit 1883, gemaakt door H. B. Hall & Sons, met drie ovale portretten van de drie getuigen van de gouden platen van het Boek van Mormon, met daarnaast scènes van een engel die een boekrol vasthoudt met daarop Rev XIV-6, en van de engel Moroni die de platen aan de drie getuigen laat zien.
Een frontispice voor het tijdschrift Contributor uit 1883, gegraveerd door H. B. Hall & Sons met portretten van de drie getuigen van het Boek van Mormon.

Getuigen van het Boek van Mormon

Naam van de getuige

Beroep(en)

Leeftijd op het moment dat ze de platen zagen (jaren)

Relatie tot Joseph Smith

Oliver Cowdery[BIO]

Klerk, lera, vrederechter, advocaat en krantredacteur

23

Vriend, supporter, schrijver

David Whitmer[BIO]

Boer en stalhouder

24

Vriend, ondersteuner

Martin Harris[BIO]

Boer

46

Vriend, supporter, schrijver, financiële weldoener

Christian Whitmer[BIO]

Schoenmaker

31

Vriend, ondersteuner

Jacob Whitmer[BIO]

Schoenmaker en boer

29

Vriend, ondersteuner

Peter Whitmer jr.[BIO]

kleermaker

20

Vriend, ondersteuner

John Whitmer[BIO]

Boer, veehouder en krantredacteur

27

Vriend, supporter, schrijver

Hiram Page[BIO]

Arts en boer

29

Vriend, ondersteuner

Joseph Smith sr.[BIO]

Kuiper, boer, leraar en koopman

58

Vader

Hyrum Smith[BIO]

Boer en kuiper

29

Broeder

Samuel H. Smith[BIO]

Boer, houthakker, schrijver, bouwer en taverne-uitbater

21

Broeder

Expand Table

Hadden de getuigen een persoonlijk of financieel motief om hun getuigenissen af te leggen?

Ja. Martin Harris verpandde bijvoorbeeld zijn boerderij om de publicatie van het Boek van Mormon te financieren.[4] Sommige van de Acht Getuigen waren directe familie van Joseph Smith.[5]

Werd de getuigen ooit vervolgd vanwege hun getuigenis?

Ja. Verschillende eerste- en tweedehandsverslagen bevestigen dat sommige getuigen, onder wie David Whitmer, Oliver Cowdery, Hiram Page en Christian Whitmer, te maken kregen met geweld door menigten.[6] Er wordt ook gemeld dat Oliver Cowdery beroepsmatige reputatieschade leed vanwege zijn getuigenis.[7]

Hadden de getuigen de reputatie eerlijk te zijn?

Ja. Volgens verslagen van zowel sceptici als gelovigen stonden de getuigen bekend als eerlijk en oprecht,[8] al probeerden sceptici de getuigen meestal af te schilderen als bijgelovig of goedgelovig.[9]

Zeiden de getuigen dat ze de platen alleen met ‘geestelijke ogen’ zagen?

Martin Harris zei naar verluidt dat hij de platen en de engel met ‘geestelijke ogen’[10] of met het ‘oog van geloof’[11] zag. Geen van de andere getuigen lijkt deze woorden echter te hebben gebruikt om hun ervaring te beschrijven.[12]

Betekent dat dat Martin Harris zich alleen maar inbeeldde dat hij de platen zag?

Nee, waarschijnlijk niet. Martin bevestigde herhaaldelijk dat hij "de platen met het verslag van het Boek van Mormon hanteerde" en dat de platen tastbaar waren.[13]

Waarom zou Martin Harris de term "geestelijke ogen" gebruiken als hij de platen zag en aanraakte?

Martin Harris heeft mogelijk de term ‘spirituele ogen’ gebruikt omdat die vaak door christelijke schrijvers werd gebruikt in de context van het beschrijven van authentieke religieuze ervaringen.[14] De term werd ook door negentiende-eeuwse heiligen der laatste dagen gebruikt om visionaire ervaringen te beschrijven.[15]

Voorbeelden van het gebruik van de term in de negentiende eeuw zijn echter ook te vinden om ontastbare voorwerpen te beschrijven.[16]

Is het waar dat Martin Harris ooit beweerde dat hij Jezus zag in de vorm van een pratend hert?

Mogelijk, maar waarschijnlijk niet. Deze bronloze anekdote uit derde hand werd in 1840 gepubliceerd in een anti-mormoons boek, en er zijn geen bekende bevestigende verslagen.[17]

Zei John Whitmer ooit dat hij de platen door een ‘bovennatuurlijke kracht’ zag?

Ja. Naar verluidt gebruikte hij deze woorden één keer om zijn ervaring met de platen aan Theodore Turley te beschrijven.[18] In hetzelfde verslag zei hij echter ook: “Ik heb die platen vastgehouden, er stonden fijne gravures aan beide kanten op — ik heb ze vastgehouden.”[19]

Zei de getuigen niet dat ze de platen alleen aanraakten terwijl ze in een doek gewikkeld waren of in een afgesloten kist lagen?

Sommige van de onofficiële getuigen die niet rechtstreeks waren geroepen om de platen te bekijken, zoals Emma Smith en William Smith, zeiden iets in die trant,[20] maar de officiële getuigen waren er consequent over dat ze de platen onbedekt zagen. (Zie het schema hieronder.)

Konden de getuigen hallucineren of onder invloed van drugs zijn geweest?

Nee, waarschijnlijk niet. Er is geen bewijs dat de theorie ondersteunt dat een van de getuigen in een veranderde bewustzijnstoestand verkeerde door het innemen van entheogenen of andere chemische stoffen.[21] Veel van de getuigen meldden specifiek dat ze helder van geest waren, zich bewust waren van hun omgeving en op het moment van de ervaring niet onder invloed waren van hallucinogene middelen.[22]

Verliet een van de getuigen de kerk?

Ja. Alle drie de Drie Getuigen (Oliver Cowdery, David Whitmer en Martin Harris) werden op een bepaald moment uit de kerk gezet, maar Oliver en Martin werden opnieuw gedoopt. Van de Acht Getuigen werd John Whitmer uit de kerk gezet, en Jacob Whitmer en Hiram Page raakten vervreemd van de kerk (zie hieronder).

Kerkelijke affiliatie van de officiële getuigen van het Boek van Mormon

Getuige

Sterfdag

Lidmaatschapsstatus van de Kerk op het moment van overlijden

Opmerkingen

Oliver Cowdery

3 maart 1850

Opnieuw gedoopt lid

Oliver werd op 12 april 1838 geëxcommuniceerd en op 5 november 1848 opnieuw gedoopt.[23]

David Whitmer

25 januari 1888

Geëxcommuniceerd

David Whitmer werd op 13 april 1838 geëxcommuniceerd en keerde nooit terug naar de Kerk.[24]

Martin Harris

10 juli 1875

Opnieuw gedoopt lid

Martin Harris werd in december 1837 geëxcommuniceerd en op 17 september 1870 opnieuw gedoopt.[25]

Christian Whitmer

27 november 1835

Lid

Christian stierf op zevenendertigjarige leeftijd en werd in de krant van de kerk herdacht als een trouw lid.[26]

Jacob Whitmer

21 april 1856

Vervreemd

Er zijn geen verslagen waaruit blijkt dat Jacob ooit formeel werd geëxcommuniceerd. Uit latere bronnen lijkt het erop dat hij zich van de kerk afkeerde toen leden van zijn familie in Missouri werden geëxcommuniceerd en de ‘Whitmerite’-stroming binnen het mormonisme begonnen (‘Church of Christ’).[27]

Peter Whitmer jr.

22 september 1836

Lid

Net als zijn broer Christian werd Peter Whitmer jr. op het moment van zijn overlijden herdacht als een trouw lid.[28]

John Whitmer

11 juli 1878

Geëxcommuniceerd

John werd op 10 maart 1838 geëxcommuniceerd en sloot zich nooit meer bij de kerk aan.[29]

Hiram Page

12 augustus 1852

Vervreemd

Er is geen verslag van Hirams formele excommunicatie, maar latere bronnen geven aan dat hij zich in 1838 van de kerk distantieerde.[30]

Joseph Smith sr.

14 september 1840

Lid

Joseph Smith sr. was de patriarch van de kerk op het moment van zijn overlijden.[31]

Hyrum Smith

27 juni 1844

Lid

Hyrum werd samen met zijn broer Joseph vermoord in de gevangenis van Carthage op 27 juni 1844.[32]

Samuel H. Smith

30 juli 1844

Lid

Samuel werd in zijn grafrede van 1 augustus 1844 herinnerd als een "trouwe heilige" en getuige van het Boek van Mormon.[33]

Hebben sommige getuigen hun getuigenissen ooit herroepen nadat ze de Kerk hadden verlaten?

Nee. De editie van 1861 van de New American Cyclopædia beweerde dat de getuigen “de onwaarheid van hun getuigenis toegaven” nadat ze de Kerk hadden verlaten,[34] maar er zijn veel historische bronnen die deze bewering tegenspreken.[35]

Een gedicht uit 1841 beweert dat Oliver Cowdery het Boek van Mormon ‘ontkende’,[36] maar deze bewering wordt tegengesproken door andere bronnen.[37]

Publiceerde Oliver Cowdery na zijn excommunicatie een herroeping van het Boek van Mormon?

Nee. Er is echter een document, dat door historici als een vervalsing wordt beschouwd,[38] met de titel Verdediging in een Herhaling van mijn redenen om mij af te scheiden van de Heiligen der Laatste Dagen, waarin Oliver naar verluidt enige scepsis uitte over de inspiratie van het Boek van Mormon.[39]

Getuigden de getuigen van het Boek van Mormon erover op hun sterfbed?

Ja. Naar verluidt legde ieder van de drie getuigen[40] en verschillende van de acht getuigen[41] kort voor hun dood getuigenis af van het Boek van Mormon.[42]

Wie schreef de getuigenverklaringen die in het Boek van Mormon staan?

Joseph Smith gaf in zijn handgeschreven geschiedenis aan dat de getuigen de verklaringen samen ‘opstelden en ondertekenden’, wat wijst op gezamenlijk auteurschap.[43] Sommige moderne geleerden denken dat Oliver Cowdery mogelijk de belangrijkste auteur van de getuigenverklaringen was.[44]

Hebben we de originele ondertekende getuigenverklaringen?

Nee. Het oorspronkelijke manuscript van de getuigenverklaringen bestaat niet meer.[45]

Als we de oorspronkelijke getuigenverklaringen niet hebben, hoe weten we dan dat ze die echt hebben ondertekend?

David Whitmer herinnerde zich dat elk van de getuigen hun naam ofwel zelf onder de oorspronkelijke verklaring zette, of Oliver Cowdery voor hen liet tekenen.[46]

Daarnaast zei John Whitmer dat hij “geen aarzeling” had om te bevestigen dat het Boek van Mormon “een openbaring van God” is en dat hij “met alle vertrouwen” “zoals het is [zijn] naam eronder had gezet.”[47] Toen Martin Harris werd gevraagd of hij “[zijn] naam onder dat getuigenis had gezet”, antwoordde Martin naar verluidt: “Dat heb ik.”[48]

Bevestigden de getuigen hun gedrukte verklaringen ooit opnieuw?

Ja, vaak. Hoewel we niet van alle getuigen verslagen hebben, zijn er veel verslagen uit de eerste en tweede hand waarin getuigen onafhankelijk opnieuw bevestigden dat ze achter hun oorspronkelijke gedrukte getuigenissen stonden (zie hieronder).

Uitspraken van herbevestiging van de elf getuigen

Naam van de getuige

Datum van verklaring

Uitspraak

Oliver Cowdery

9 november 1829

“Het was een heldere, open, prachtige dag, ver van alle bewoners, op een afgelegen veld, op het moment dat wij het verslag zagen waarover is gesproken, gebracht en voor ons neergelegd door een engel, gehuld in heerlijk licht, [die] opstijg[t] [neerdaalde, neem ik aan] uit het midden van de hemel.”[49]

Ca. herfst–winter 1830–1831

Laat in de herfst kwamen een aantal van hen de Gelovigen bezoeken. Eén van hen, met de naam Oliver Lowdree [Cowdery], verklaarde dat hij iemand was geweest die had geholpen bij de vertaling van de gouden Bijbel, en ook de engel had gezien, en door hem de opdracht had gekregen om eropuit te gaan en getuigenis af te leggen, dat God deze generatie zou vernietigen."[50]

Ca. november 1830

‘Ongeveer twee weken geleden kwamen hier enkele personen langs met het boek, van wie er één beweert engelen te hebben gezien en meegeholpen heeft met het vertalen van de platen. . . . In de naburige township Kirtland begrijpen we dat twintig of dertig mensen zijn ondergedompeld in de nieuwe orde van zaken; velen van hen waren eerder al gedoopt.—De naam van de persoon hier die beweert een goddelijke zending te hebben en engelen te hebben gezien en met hen te hebben gesproken, is Cowdray.’[51]

22 juli 1833

“In 1833, toen het geweld van de menigte hoogtij vierde in Jackson Co. Mo., vluchtten O. Cowdery en ik uit onze huizen, uit angst voor persoonlijk geweld, op zaterdag 20 juli. De menigte . . . loofde tachtig dollar beloning uit voor iedereen die Cowdery of McLellan in Independence zou uitleveren. . . Ik glipte naar beneden naar de nederzetting van de Whitmers, en . . . daar ontmoette ik David Whitmer en Oliver Cowdery. Ik zei tegen hen: ‘Broeders, ik heb in mijn leven nog nooit een open visioen gezien. . . Is dat Boek van Mormon waar?’ Cowdery keek me aan met ernst op zijn gezicht en zei: ‘Broeder William, God stuurde zijn heilige engel om ons de waarheid van de vertaling ervan bekend te maken, en daarom weten we het. En ook al doodt de menigte ons, toch moeten we sterven terwijl we de waarheid ervan verkondigen.’”[52]

21 oktober 1848

"Ik schreef met mijn eigen pen het hele Boek van Mormon (op een paar pagina’s na) zoals het van de lippen van de profe kwam terwijl hij vertaalde door de gave en macht van God, door middel van de Urim en Tummim, of zoals dat boek het noemde heilige uitleggers. Ik zag met mijn ogen en betastte met mijn handen de gouden platen waarvan het werd vertaald."[53]

David Whitmer

18 juli 1831

"Mr. Whitlock arose and gave some particulars respecting the book and some reasons why he believed it to be a divine revelation. Spoke some of the Signs of the times then he expounded the Gospel the plainest I thot that I ever heard in my life, which astonished me. D. Whitmer then arose and bore testimony to having seen an Holy angel who had made known the truth of this record to him."[54]

oktober 1838

"Ik vroeg David ernstig of het waar was dat hij de engel had gezien, volgens zijn getuigenis als een van de drie getuigen van het Boek van Mormon. Hij antwoordde: zo zeker als er een God in de hemel is, heeft hij de engel gezien volgens zijn getuigenis in dat boek."[55]

9 januari 1872

‘Meneer Whitmer draaide zich naar meneer Lefler om en zei: nou, de almachtige God verlangt van mij dat ik getuigenis afleg van de waarheid van het Boek van Mormon. Het is het zuivere evangelie van Jezus Christus, vertaald van de platen door de gave en macht van God door Joseph Smith. Het bevat het zuivere evangelie van Christus zoals hij het aan zijn discipelen op dit continent leerde. Ik weet dat ik de waarheid spreek.’[56]

8 december 1875

"U hebt gehoord dat ik een getuige ben van de oorsprong van het Boek van Mormon. Terwijl u mijn getuigenis leest dat ik vele jaren geleden heb gegeven, staat het vast als mijn eigen bestaan; hetzelfde als toen ik het gaf, en zo zal het standhouden gedurende de eeuwen van de eeuwigheid."[57]

22 december 1877

"We liepen door een open plek en gingen allemaal op een boomstam zitten. Het was rond 11 uur 's ochtends. Toen verscheen er een licht en het werd steeds helderder totdat er een engel voor ons stond en er een tafel verscheen waarop de platen, de Urim en Tummim, de bal of richtwijzer, het zwaard van Laban enz. lagen. En een stem verklaarde en getuigde van de waarheid van de vertaling, terwijl de bladzijden werden omgeslagen, en zo eindigde het visioen."[58]

7 september 1878

“Het was in juni 1829, helemaal aan het einde van de maand, en de acht getuigen, denk ik, de volgende dag. Joseph liet hun de platen zelf zien. Wij (de Drie Getuigen) zagen niet alleen de platen van het Boek van Mormon, maar ook de koperen platen, de platen met het verslag van de goddeloosheid van de mensen van de wereld, en nog veel meer platen. Feit is dat het precies was alsof Joseph, Oliver en ik hier op een boomstam zaten, toen we werden omgeven door een licht. Het was niet als het licht van de zon, en ook niet als dat van een vuur, maar heerlijker en mooier. Het strekte zich om ons heen uit, ik kan niet zeggen hoe ver, maar midden in dit licht, direct voor ons, ongeveer zo ver weg als hij zit (wijzend naar John C. Whitmer, die 2 of 3 voet van hem vandaan zat), verscheen er als het ware een tafel, met daarop veel kronieken, naast de platen van het Boek van Mormon; ook het zwaard van Laban, de Leiders (d.w.z. de bal die Lehi had) en de Vertolkers. Ik zag ze net zo duidelijk als ik dit bed zie (terwijl hij met zijn hand op het bed naast hem sloeg), en ik hoorde de stem van de Heer net zo duidelijk als ik ooit iets in mijn leven heb gehoord, die verklaarde dat zij (de platen) waren vertaald door de gave en macht van God.”[59]

maart 1881

'Er staat in de American Cyclopædia en de Encyclopædia Britannica opgetekend dat ik, David Whitmer, mijn getuigenis heb ontkend als een van de drie getuigen van de goddelijkheid van het Boek van Mormon; en dat de andere twee getuigen, Oliver Cowdery en Martin Harris, hun getuigenis van dat Boek hebben ontkend. Ik wil nogmaals tegen de hele mensheid zeggen dat ik dat getuigenis, of enig deel daarvan, nooit op enig moment heb ontkend. Ik getuig ook tegenover de wereld dat noch Oliver Cowdery noch Martin Harris ooit op enig moment hun getuigenis hebben ontkend. Zij stierven allebei terwijl zij opnieuw de waarheid van de goddelijke echtheid van het Boek van Mormon bevestigden. . . . Ik heb dat getuigenis, of enig deel daarvan, nooit op enig moment ontkend, dat al zo lang geleden samen met dat Boek is gepubliceerd, als een van de drie getuigen. Degenen die mij het best kennen, weten heel goed dat ik altijd aan dat getuigenis heb vastgehouden. En opdat niemand misleid wordt of twijfelt aan mijn huidige opvattingen hierover, bevestig ik opnieuw de waarheid van al mijn verklaringen, zoals die toen zijn gedaan en gepubliceerd.'[60]

5 juni 1881

“Het was in het laatste deel van juni 1829. Joseph, Oliver Cowdery en ik waren samen, en de engel liet ze aan ons zien. We zagen niet alleen de platen van het Boek van Mormon, maar hij liet ons ook de koperen platen van het Boek van Ether en nog veel meer zien. Ze werden ons op deze manier getoond. Joseph, Oliver en ik ZATEN OP EEN BOOMSTAM toen we werden overschaduwd door een licht heerlijker dan dat van de zon. Midden in dit licht, maar op maar een paar meter van ons vandaan, verscheen een tafel waarop veel gouden platen lagen, en ook het zwaard van Laban en de richtinstrumenten. Ik zag ze net zo duidelijk als ik u nu zie, en hoorde duidelijk de stem van de Heer verklaren dat de kronieken op de platen van het Boek van Mormon waren vertaald door de gave en de macht van God.”[61]

april 1887

"Wat mijn getuigenis betreft over het bezoek van de engel, die aan ons drie getuigen verklaarde dat het Boek van Mormon waar is, heb ik dit te zeggen: Natuurlijk waren wij in de geest toen wij het zagen, want niemand kan het gezicht van een engel aanschouwen, behalve in een geestelijk visioen, maar wij waren ook in het lichaam, en alles was voor ons net zo natuurlijk als op elk ander moment. . . . Een helder licht omhulde ons waar wij waren, dat de middag vulde, en daar zagen en hoorden wij in een visioen, of in de geest, precies zoals het staat in mijn getuigenis in het Boek van Mormon."[62]

Martin Harris

Ongeveer 15 maart 1831

"Martin Harris, nog een andere voornaamste bedrieger onder de Mormonen, kwam hier afgelopen zaterdag aan vanuit de bijbelse steengroeve in New York. Hij ging meteen in de gelagkamer van het hotel zitten, waar hij al snel begon de mormoonse hoax te lezen en uit te leggen, en alle duistere passages van Genesis tot Openbaring. Hij vertelde alles over de gouden platen, engelen, geesten en Jo Smith.—Hij had ze allemaal gezien en aangeraakt, door de macht van God!"[63]

Ca. september 1845

"We vervolgden onze reis naar Cleveland, Ohio. Op deze route kwamen we veel interessante dingen tegen; we zagen meneer Martin Harris, hij getuigde van het Boek van Mormon en zei dat hij een deel ervan opschreef terwijl meneer Joseph Smith het van de gouden platen vertaalde."[64]

1846

"Toen we uit de bijeenkomst kwamen, werd Martin Harris op straat omringd door een menigte, die verwachtte dat hij hun materiaal zou geven om tegen het mormonisme te strijden; maar toen hem werd gevraagd of Joseph Smith een ware profeet van God was, antwoordde hij ja; en toen hem werd gevraagd of Het Boek van Mormon waar was, was dit zijn antwoord: 'Weet u dat de zon op ons schijnt? Net zo zeker als u dat weet, weet ik dat Joseph Smith een ware profeet van God was, en dat hij dat boek door de macht van God heeft vertaald.'"[65]

23 november 1850

"Ik ging Martin Haris opzoeken. Hij was een van de 3 getuigen van het Boek van Mormon en zei dat hij wist dat het waar was, want hij had de platen gezien en wist het zelf. . . ."[66]

Omstreeks 15 september 1853

"Meneer Harris antwoordde en zei: ‘Ik was de rechterhand van Joseph Smith, en ik weet dat hij een profeet van God was. Ik weet dat het Boek van Mormon waar is.’ Toen sloeg hij met zijn vuist op de tafel en zei: ‘En u weet dat ik weet dat het waar is. Ik weet dat de platen vertaald zijn door de gave en macht van God, want zijn stem maakte het ons bekend; daarom weet ik zeker dat het werk waar is. Want,’ vervolgde meneer Harris, ‘heb ik de platen niet ooit anderhalf uur op mijn knie gehouden, terwijl ik met Joseph sprak, toen we ze in het bos gingen begraven, zodat de vijand ze niet zou krijgen? Ja, dat heb ik. En zoveel van de platen als Joseph Smith vertaalde heb ik met mijn handen vastgehouden, plaat na plaat.’ Daarna beschreef hij hun afmetingen. Hij wees met een van de vingers van zijn linkerhand naar de rug van zijn rechterhand en zei: ‘Ik denk dat ze ongeveer zo lang waren, of ongeveer twintig centimeter, en ongeveer zo dik, of ongeveer tien centimeter; en elk van de platen was dikker dan het dikste blik.’”[67]

Ca. 1869

"Ik zag de platen; ik zag de engel; ik hoorde de stem van God. Ik weet dat Het Boek van Mormon waar is en dat Joseph Smith een ware profeet van God was; ik zou net zo goed aan mijn eigen bestaan kunnen twijfelen als aan de goddelijke echtheid van Het Boek van Mormon of aan de goddelijke roeping van Joseph Smith."[68]

Ca. 28 augustus 1870

"Joseph Smith was de eerste die de platen hanteerde, en Martin Harris, een van de aangewezen getuigen, de tweede. Meneer Harris beschrijft de platen als dunne bladen van goud, van zeven bij acht inch, en met een totaalgewicht van veertig tot zestig pond. . . . Hij gelooft in bezoeken van engelen in lichamelijke vorm, want hij heeft hen gezien en met hen gesproken, denkt hij, en daarvan is hij overtuigd."[69]

23 november 1870

"In antwoord zeg ik over de platen dat de engel mij inderdaad de platen heeft laten zien die het Boek van Mormon bevatten. Verder was de vertaling die ik naar prof. Anthon bracht van diezelfde platen gekopieerd; ook getuigde de professor dat het een juiste vertaling was."[70]

januari 1871

"[N]iemand heeft mij ooit op wat voor manier dan ook horen ontkennen dat Het Boek van Mormon waar is, of de bediening van de engel die mij de platen liet zien. . . De Heer heeft mij deze dingen door zijn Geest getoond — door de bediening van heilige engelen — en heeft dat bevestigd met de tekenen die volgden, stap voor stap, terwijl de wereld voortging, gedurende drieënvijftig jaar."[71]

1874

"Terwijl we samen onder de schaduwboom zaten, had ik een heel prettig gesprek met Martin: 'Hebt u de gouden platen gezien? Hebt u de engel gezien?' Hij antwoordde in wezen: 'Het is niet alleen een geloof, maar een kwestie van kennis. Ik zag de platen en de inscripties daarop. Ik zag de engel en hij liet ze aan mij zien.'"[72]

juli 1875

‘De profeet en Oliver Cowdery, David Whitmer en ikzelf gingen een klein bosje in om te bidden, om een belofte te krijgen dat wij het met onze eigen ogen zouden aanschouwen. Zodat wij daarvan tegenover de wereld konden getuigen. We baden twee of drie keer, en uiteindelijk stond de engel voor Oliver en David, en liet hun de platen zien, Maar zie, ik was zelf weggegaan om te bidden en in mijn wanhoop vroeg ik de profeet om met mij neer te knielen en voor mij te bidden, zodat ik de platen kon zien. en dat deden we en meteen stond de engel voor mij en zei: “kijk” en toen ik naar hem keek viel ik, Maar ik stond op mijn voeten en zag de engel de gouden bladen omslaan, en ik zei: “het is genoeg, mijn Heer en mijn God!” Toen hoorde ik de stem van God zeggen dat het boek waar is en correct vertaald. Daarna draaide hij zich om alsof hij niets meer te zeggen had; en we maakten ons klaar om te gaan.’[73]

Christian Whitmer en Peter Whitmer jr.

Ca. 1830–1836

‘Onder hen die naar huis zijn gegaan om te rusten, noemen we de namen van onze twee zwagers, Christian en Peter Whitmer jr. De eerste stierf op 27 november 1835 en de andere op 22 september jongstleden, in Clay county, Missouri. Voor velen in deze kerk waren onze broeders persoonlijk bekend: zij waren de eersten die het nieuwe verbond aannamen toen zij ervan hoorden, en tijdens een voortdurende tijd van vervolging en verwarring hielden zij tot hun laatste ogenblikken vast aan de waarheid ervan — zij stonden allebei op de lijst van de acht getuigen in het Boek van Mormon, en hoewel zij zijn heengegaan, denken wij met grote voldoening eraan terug dat zij tot hun laatste ogenblikken de zekerheid van hun eerdere getuigenis verkondigden: Het testament treedt in werking na de dood van de erflater. Mogen allen die dit lezen het feit onthouden dat de Heer de mensen in de laatste dagen een getuige van zichzelf heeft gegeven, en dat zij daarvan trouw hebben getuigd tot zij werden weggenomen.’[74]

Jacob Whitmer

Ca. 1830–1856

“Mijn vader, Jacob Whitmer, bleef altijd trouw en standvastig in zijn getuigenis van het Boek van Mormon en bevestigde dat op zijn sterfbed.”[75]

Peter Whitmer jr.

13 december 1831

"...het woord van de Heer kwam tot mij door de profe Joseph Smith in de tiende maand, en zei: Peter, jij zult met je broer Oliver naar de Lamanieten gaan; we vertrokken in dezelfde maand naar het westen, naar de stam van Bufolow, en daar verkondigden we het Boek van [M]ormon..."[76]

John Whitmer

31 maart 1837

“. . . om te zeggen dat het Boek van Mormon een openbaring van God is, aarzel ik niet; maar ik heb mijn naam er met alle vertrouwen onder gezet als zodanig. . . . Daarom wil ik aan allen getuigen die van deze toespraak kennis zullen nemen, dat ik de platen waarvan het Boek van Mormon is vertaald zeer zeker heb gezien, en dat ik deze platen heb vastgehouden, en met zekerheid weet dat Joseph Smith jr. het Boek van Mormon heeft vertaald door de gave en macht van God.”[77]

5 april 1839

"Ik zeg nu, ik heb die platen vastgehouden, er stonden fijne gravures aan beide kanten op—ik heb ze vastgehouden . . . ze werden mij getoond door een bovennatuurlijke kracht."[78]

18 maart 1861

'Ik reed Far West binnen en ging langs bij John Whitmer, een van de getuigen van het Boek van Mormon. . . . hij getuigde nog steeds dat het Boek van Mormon waar is en dat Joseph Smith een profe van de Heer was . . .'[79]

5 maart 1876

‘Ik wil goeddoen wanneer het in mijn macht ligt. Ik heb nooit gehoord dat iemand van de drie of acht getuigen ooit het getuigenis heeft ontkend dat zij van het Boek hebben gegeven zoals gepubliceerd in de eerste editie van het Boek van Mormon[.] Er zijn nu nog maar twee van de getuigen van dat Boek in leven, namelijk David Whitmer, een van de drie, en [ikzelf,] John Whitmer[,] een van de acht[.] Onze namen zijn uitgegaan naar alle naties, talen en volken als een goddelijke openbaring van God. En het zal de bedoelingen van God tot stand brengen volgens de verklaring die daarin staat, enz.’[80]

11 december 1876

"Uit wat u hebt geschreven, concludeer ik dat u het Boek van Mormon hebt gelezen, samen met de getuigenissen die eraan zijn toegevoegd; in welke getuigenissen u mijn naam ziet staan als een van de Acht Getuigen van dat Boek. Dat getuigenis was, is en zal voortaan en voor altijd waar zijn."[81]

Ca. winter 1877–1878

"[D]at verslag waarvan oude vader John Whitmer me afgelopen winter vertelde, met tranen in zijn ogen, dat hij net zo zeker wist als dat hij wist dat hij bestond dat Joseph het oude schrift vertaalde dat op de platen stond, die hij 'zag en hanteerde', en die hij, als een van de schrijvers, hielp te kopiëren, terwijl de woorden door bovennatuurlijke of almachtige kracht van Josephs lippen kwamen."[82]

Ca. begin 1878

“De heer John Whitmer hield de toespraak. Veel lezers zullen zich herinneren dat de heer Whitmer een van de slechts twee nu nog levende personen is die hebben meegeholpen (getuigen waren van) de vertaling van het Boek van Mormon, of zoals het algemeen bekendstaat, de Mormoonse Bijbel. De heer Whitmer wordt door deze gemeenschap beschouwd als een waarheidsgetrouwe, eerlijke en gezagsgetrouwe burger, en daarom trok zijn aanstelling [om te preken] een groot publiek. De heer Whitmer verklaarde dat hij vaak de echte gouden platen had vastgehouden die de heer Smith van de engel had ontvangen; hij zei dat het van puur goud was, dat een deel van het boek volledig verzegeld was, het andere deel open was, en dat dit het deel was dat werd vertaald en tegenwoordig de Mormoonse Bijbel wordt genoemd.”[83]

april 1878

‘John Whitmer ontving mij zoals een liefdevolle vader een zoon zou ontvangen, en beantwoordde al mijn vragen zonder aarzelen. Ik zei: Ik weet dat uw naam onder het getuigenis in het Boek van Mormon staat, dat u de platen hebt gezien? Hij—Dat klopt, en dat getuigenis is waar. Ik—hebt u de platen met uw handen aangeraakt? Hij—Dat heb ik gedaan!’[84]

Hiram Page

30 mei 1847

"Wat het Boek van Mormon betreft, het zou onrecht doen aan mijzelf en aan het werk van God van de laatste dagen als ik zou zeggen dat ik in 1830 kon weten dat iets waar was, en in 1847 kon weten dat hetzelfde onwaar was. Om te zeggen dat mijn geest zo verraderlijk was dat ik ben vergeten wat ik zag. Om te zeggen dat een man met Josephs bekwaamheid, die toen niet wist hoe hij het woord Nephi moest uitspreken, een boek van zeshonderd pagina's kon schrijven, zo correct als het Boek van Mormon, zonder bovennatuurlijke macht. En om te zeggen dat die heilige engelen die kwamen en zich aan mij toonden terwijl ik door het veld liep, om mij te bevestigen in het werk van de Heer van de laatste dagen — van wie er later drie naar mij kwamen en een gezang zongen in hun eigen zuivere taal; ja, het zou de God van de hemel met minachting behandelen om deze getuigenissen te ontkennen, samen met te veel andere om hier te noemen."[85]

Ca. 1830–1852

‘Ik wist dat mijn vader oprecht en trouw bleef aan zijn getuigenis van de goddelijkheid van het Boek van Mormon tot het allerlaatst. Telkens wanneer hij de kans had om hierover zijn getuigenis te geven, deed hij dat altijd, en hij leek zich er buitengewoon over te verheugen dat hij het voorrecht had gehad de platen te zien en zo een van de Acht Getuigen te worden.’[86]

Hyrum Smith

Ca. augustus 1838

"Want ik heb sinds we op deze plek zijn maar één preek gehoord, en die was van Hyrum Smith. Toen hij naar Missouri verhuisde, verbleef hij een poosje bij ons. Zijn toespraak was prachtig. We spraken over het Boek van Mormon, waarvan hij een van de getuigen is. Hij zei dat hij maar twee handen en twee ogen had. Hij zei dat hij de platen met zijn ogen had gezien en ze met zijn handen had vastgehouden, en hij zag een borstplaat en vertelde hoe die was gemaakt."[87]

december 1839

“. . .Ik dank God dat ik vastbesloten was te sterven, in plaats van de dingen te ontkennen die mijn ogen hadden gezien, die mijn handen hadden aangeraakt, en waarvan ik getuigenis had afgelegd, waar mijn lot mij ook had gebracht; en ik kan mijn geliefde broeders verzekeren dat ik in staat was een even sterk getuigenis te geven toen niets anders dan de dood zich aandiende, als ik ooit in mijn leven had gedaan. Mijn vertrouwen in God was eveneens ongeschokt.”[88]

Ca. juni 1843

"We hebben Hiram Smith gezien, een broer van Joseph, en hem horen prediken, en met hem gesproken over zijn godsdienst, de oorsprong en voortgang ervan; en we hoorden hem in deze stad in het openbaar verklaren dat wat er is opgetekend over de platen, enz. enz., Gods plechtige waarheid is."[89]

Ca. 1843–1844

‘Toen ik nog maar tien jaar oud was, hoorde ik het getuigenis van de patriarch Hyrum Smith, een van de acht getuigen, over de goddelijkheid van het Boek van Mormon en de verschijning van de platen waaruit het werd vertaald.’[90]

26–27 juni 1844

“Patriarch <​Hyrum Smith​> las en gaf commentaar op fragmenten uit het Boek van Mormon, over de gevangennemingen en bevrijding van de dienaren van God omwille van het evangelie. . . . Beide broers, Joseph en Hyrum, gaven een trouw getuigenis van het werk van de laatste dagen en van het tevoorschijn komen van het Boek van Mormon.”[91]

Samuel H. Smith

april 1830

‘Ik pakte het boek en keek op verzoek van [Samuel H. Smith] naar het getuigenis van de getuigen. Hij zei: “Als u dit boek met een biddend hart leest en God vraagt u een getuigenis te geven, zult u de waarheid van dit werk kennen.” Ik zei hem dat ik dat zou doen en vroeg hem toen naar zijn naam. Hij zei dat hij Samuel H. Smith heette. “Ah,” zei ik, “u bent een van de getuigen.” “Ja,” zei hij, “ik weet dat het boek een openbaring van God is, vertaald door de gave en macht van de Heilige Geest, en dat mijn broer Joseph Smith jr. een profe, ziener en openbaarder is.”’[92]

Ca. voorjaar 1832

„Ouderling [Samuel] Smith las in de eerste bijeenkomst het 29e hoofdstuk van Jesaja en beschreef de omstandigheden rond het tevoorschijn komen van het Boek van Mormon, waarvan hij zei dat hij er getuige van was. Hij wist dat zijn broer Joseph de platen had, want de profe had ze hem laten zien, en hij had ze vastgehouden en de gravures erop gezien.”[93]

juni 1844

‘Zijn [Samuel Smiths] arbeid in de kerk van het eerste tot het lats [sic], waarbij hij blijde tijdingen naar de oostelijke steden bracht; en ten slotte zijn standvastigheid als een van de getuigen van het Boek van Mormon, en vele heilige eigenschappen van deugd, kennis, matigheid, geduld, godsvrucht, broederlijke vriendelijkheid en naastenliefde, zullen later over hem worden vermeld, als een man van God.’[94]

Expand Table

Waren er vrouwen geroepen om officiële getuigen van het Boek van Mormon te zijn?

Nee. Sommige vrouwen hebben wel verslagen nagelaten waarin ze beschrijven dat ze de platen hebben vastgehouden of gezien.[95] (Zie de tabel hieronder.)

Wie waren de andere ‘onofficiële’ getuigen?

Dit waren personen die meldden dat ze de platen op een of andere manier hadden vastgehouden of ermee in aanraking waren gekomen, of die in sommige gevallen de platen door een engel te zien kregen (zie hieronder).

Onofficiële getuigen van het Boek van Mormon

Naam van de getuige

Beroep

Leeftijd op het moment van de ervaring

Relatie tot Joseph Smith

Getuigenis

Emma Smith[BIO]

Schrijver, redacteur, pensionhouder en lakenhandelaar

24–25

Vrouw

“De platen lagen vaak op de tafel zonder enige poging om ze te verbergen, gewikkeld in een kleine linnen tafeldoek die ik hem had gegeven om ze erin te wikkelen. Ik heb de platen een keer gevoeld terwijl ze zo op de tafel lagen, waarbij ik hun omtrek en vorm volgde. Ze leken buigzaam als dik papier en ritselden met een metaalachtig geluid wanneer de randen met de duim werden bewogen, zoals je soms met de duim langs de randen van een boek gaat.”[96]

Lucy Mack Smith[BIO]

oliedoekschilder, verpleegkundige, fondsenwerver en auteur

52

Moeder

'Ik vroeg haar of ze de platen had gezien. Ze zei van niet; het was niet voor haar bedoeld om ze te zien, maar ze heeft ze wel opgetild en vastgehouden.'[97]

Lucy Harris[BIO]

Onbekend

35–36

Kennis

“Martins vrouw had [de platen] opgetild en ze onder [een] bedekking gevoeld.”[98]

William Smith[BIO]

Boer en krantredacteur

17–18

Broeder

“In de winter van 1829 en 1830 werd het Boek van Mormon, dat de vertaling is van een deel van de platen die hij had verkregen, gepubliceerd. Daarna liet hij de platen aan mijn vader en mijn broers Hyrum en Samuel zien, die getuigen waren van de waarheid van het boek dat daarvan was vertaald. Mij werd toegestaan ze op te tillen terwijl ze in een kussensloop lagen, maar niet om ze te zien, omdat dat in strijd was met de geboden die hij had ontvangen. Ze wogen ongeveer zestig pond, naar mijn beste oordeel.”[99]

Katherine Smith Salisbury[BIO]

Naaister en weefster

14–17

Zuster

“Toen Joseph de platen van hun schuilplaats naar huis bracht om aan de vertaling te werken, werd hij eens tot aan de deur van zijn vader gevolgd door een paar mannen die vastbesloten waren om ‘Joe Smiths gouden platen’ te pakken te krijgen, zoals ze werden genoemd. Katherine hield altijd de veiligheid van haar broer in de gaten en toen ze buiten een ongewoon kabaal hoorde, vloog ze naar de deur en trok die open, net op het moment dat Joseph kwam aanrennen, buiten adem. Hij duwde een bundel in haar armen en fluisterde hees met een hijgende stem: ‘Neem deze snel en verstop ze,’ waarna hij in de duisternis verdween. Catherine deed de deur dicht en rende snel naar de slaapkamer waar zij en Sophronia sliepen. Sophronia sloeg het beddengoed open en Catherine legde de bundel op het bed, waarna ze het beddengoed snel weer teruglegde. Ze gingen allebei op het bed liggen en deden alsof ze sliepen. De menigte, die Joseph buiten niet kon vinden, kwam terug naar het huis om te zoeken, maar liet de meisjes met rust omdat het leek alsof ze sliepen.”[100]

Catherine Smith Salisbury

Naaister en weefster

14

Zuster

‘Ze vertelde me dat Joseph haar het pak liet “optillen”, maar niet de goudplaten liet zien, omdat de engel hem had verboden die in die periode te tonen. Ze zei dat ze erg zwaar waren.’[101]

Naaister en weefster

14–17

Zuster

"Catherine Smith Salisbury vertelde me toen dat ze, terwijl ze de kamer afstofte waar de profe zijn studeerkamer had, een pakket op de tafel zag met daarin de gouden platen waarop het verhaal van het Boek van Mormon was gegraveerd. Ze zei dat ze die platen optilde en merkte dat ze erg zwaar waren, als goud, en ook met haar vingers langs de rand van de platen ging en voelde dat het losse metalen platen waren en het tinkelende geluid hoorde dat ze maakten."[102]

Josiah Stowell[BIO]

Boer en eigenaar van een zagerij

57

Werkgever, vriend, supporter

"...een getuige zag er een hoek van; het leek op een steen met een groenige tint; zou schatten dat het ongeveer één voet vierkant en zes inch dik was; hij liet het door niemand zien; de Heer had hem geboden dat niet te doen; Smith wist niet dat de getuige een hoek van de Bijbel zag, zoals Smith die noemde; vertelde de getuige dat de bladen van goud waren; er stonden geschreven tekens op de bladen."[103]

Alvah Beaman[BIO]

Boer

52

Voorstander, vriend

‘Joseph haalde ze [de platen] er toen uit en verstopte ze onder de oude kuiperij door een plank op te tillen, in de grond te graven en ze te begraven. Toen ze daar werden weggehaald, werden ze in een oude glazen doos uit Ontario gedaan. Oude meneer Beman [Alvah Moses Beaman] zaagde de uiteinden eraf, zodat de doos de juiste lengte had om ze erin te doen, en toen ze erin gingen, zei hij dat hij ze hoorde rinkelen, maar hij mocht ze niet zien. Dat heeft hij me verteld.’[104]

Harrison Burgess[BIO]

Onbekend

19

bekeerling, zendeling

"De volgende dag, terwijl ik op het veld werkte, leek iets tegen mij te fluisteren: ‘Weet je dat het Boek van Mormon waar is?’ Mijn gedachten raakten verward en verduisterd, en ik was geestelijk zo gekweld dat ik mijn werk verliet en me in het bos terugtrok. De ellende en angst die ik daar ervoer, kunnen niet worden beschreven. De verleider leek al die tijd te zeggen: ‘Weet je dat het Boek van Mormon waar is?’ Ik bleef ongeveer twee uur in deze situatie. Uiteindelijk besloot ik te weten te komen, door geloof uit te oefenen dat leek op dat van de broer van Jared, of ik de waarheid had verkondigd of niet, en begon ik tot de God van de hemel te bidden om een getuigenis van deze dingen. Plotseling stond er een heerlijke persoon, gekleed in het wit, voor me en liet mij de platen zien waaruit het Boek van Mormon was genomen."[105]

Mary Musselman Whitmer[BIO]

Onbekend

51

Vriend, ondersteuner

"John C. Whitmer, een kleinzoon van de betreffende vrouw, getuigde met de volgende woorden: "Ik heb mijn grootmoeder (Mary Musselman Whitmer) meerdere keren horen zeggen dat haar de platen van het Boek van Mormon werden getoond door een heilige engel, die zij altijd Broeder Nephi noemde. (Ze doelt ongetwijfeld op Moroni, de engel die de zorg voor de platen had.) . . . Op een avond, toen ze (na haar gewone dagwerk in huis te hebben gedaan) naar de schuur ging om koeien te melken, ontmoette ze een vreemde die iets op zijn rug droeg dat op een rugzak leek. Eerst was ze een beetje bang voor hem, maar toen hij haar op een vriendelijke, warme toon aansprak en haar begon uit te leggen wat voor werk er in haar huis gaande was, werd ze vervuld met onuitsprekelijke vreugde en voldoening. Daarna maakte hij zijn rugzak los en liet haar een bundel platen zien, die qua grootte en uiterlijk overeenkwamen met de beschrijving die later werd gegeven door de getuigen van het Boek van Mormon. Deze vreemde persoon sloeg de bladen van het boek met platen om, blad na blad, en liet haar ook de gravures erop zien; daarna zei hij haar geduldig en trouw te blijven terwijl ze haar last nog wat langer droeg, en beloofde haar dat ze gezegend zou worden als ze dat deed; en dat haar beloning zeker zou zijn als ze trouw bleef tot het einde. Daarna verdween de persoon plotseling met de platen, en waar hij heen ging, kon ze niet zeggen."[106]

Luke Johnson[BIO]

Boer, lera en arts

ca. 23–28 (?)

kerkleider, apostel, zendeling

"Terwijl ik daar was, ontmoette ik Luke Johnson, een van de getuigen van het Boek van Mormon. Ik was nieuwsgierig om met hem daarover te praten. We maakten een wandeling langs de oever van de rivier. Ik vroeg hem of de verklaring die hij had ondertekend over het zien van de engel en de platen waar was. Of hij de platen had gezien waarvan het Boek van Mormon was gedrukt of vertaald. Hij zei dat het waar was."[107]

Joseph McKune sr.[BIO]

Boer

ca. 66

Kennis

"Terwijl Joe op zijn [McKune's] boerderij was, had hij de Mormoonse Bijbel. Of hij zei dat hij die voor of na zijn huwelijk had gevonden, weet mevrouw Doolittle zich niet te herinneren. Haar grootvader had ooit het voorrecht om een kussensloop in zijn handen te nemen waarin de zogenaamd heilige schat was gewikkeld, en door de stof te voelen dat die bladen had. Op basis van de grootte en het gewicht van het boek dacht meneer McKune dat het qua afmetingen sterk leek op een gewone Bijbel in de druk van die tijd."[108]

Sarah Folwer Anderick[BIO]

Boer

ca. 18-19

Kennis

„[Joseph Smith] beweerde ook dat hij enkele gouden platen met tekens erop had gevonden, op een heuvel tussen die van zijn oom en zijn vader, die ik vaak overstak. Meerdere keren zag ik wat volgens hem de platen waren, die met een doek bedekt waren. Ze leken ongeveer vijftien of twintig centimeter vierkant te zijn. Hij droeg ze vaak bij zich. Ik hoorde dat ze onder de stenen haard bewaard werden.”[109]

Expand Table

Is het verhaal dat Mary Whitmer de engel en de platen zag geloofwaardig?

Misschien. Er bestaan meerdere verslagen van haar familieleden, maar die zijn uit tweede hand en zijn tientallen jaren na het voorval opgetekend.[110]

Trad Martin Harris op als getuige van James Strangs 'Voree-platen?'

Nee. Hoewel Martin zich met Strangs beweging verbond voordat hij naar de Kerk terugkeerde en naar Utah verhuisde,[111] gaf hij nooit zijn naam als getuige voor Strangs "Voree-platen"[112] of voor de vermeende vertaling van de koperen platen—Het Boek van de Wet van de Heer.[113]

The Facts

  • Elf mannen publiceerden hun naam als getuigen van het Boek van Mormon; drie van deze mannen beschreven dat ze een engel in een visioen zagen, en acht van hen beschreven dat ze de platen fysiek hadden vastgehouden zonder een visioen te zien.

  • Sommige van deze mannen verlieten uiteindelijk de kerk of werden geëxcommuniceerd en sloten zich aan bij andere gemeenten van de herstelling.

  • Van geen van de elf getuigen is bekend dat ze hun getuigenis ooit hebben herroepen.

  • Andere ‘onofficiële’ getuigen beschreven ook dat ze de platen of verwante voorwerpen uit het Boek van Mormon hadden vastgehouden terwijl die verborgen waren in een kist of onder een doek; anderen meldden ook dat ze een engel hadden gezien.

  • Sommige getuigen gebruikten naar verluidt woorden als "geestelijke ogen" of "bovennatuurlijke kracht" om hun ervaring met de platen te beschrijven.

  • Sommige getuigen hadden mogelijk persoonlijke of financiële motieven om hun getuigenis te handhaven

  • De getuigen stonden over het algemeen bekend als eerlijk en oprecht, maar sommigen vonden hen ook bijgelovig of geneigd tot visionaire ervaringen.

Our Take

Er is gezegd dat buitengewone beweringen buitengewoon bewijs vereisen, en de bewering dat een oud verslag dat in metalen platen was gegraveerd door een engel aan Joseph Smith werd overhandigd, is een buitengewone bewering. Hoewel buitengewoon geestelijk bewijs voor deze bewering kan komen door gebed en de Heilige Geest, bestaat het historische bewijs vooral uit ooggetuigenverslagen van mensen die beweren dat ze de platen hebben gezien en vastgehouden.

Wie waren de getuigen? Waren ze betrouwbaar? Werden ze gedreven door geld of hun reputatie? Spanden ze allemaal samen om een ingewikkelde leugen te vertellen? Hadden ze hallucinaties, of zagen ze echt een engel? Hebben ze hun getuigenissen ooit herroepen?

Hoewel veel antwoorden op deze vragen subjectief zijn, geeft het historische verslag ons wel sterk bewijs dat de getuigen geloofden dat ze tastbare metalen platen zagen en vasthielden. Het verslag laat ook zien dat velen van hen de Kerk verlieten en verbitterde gevoelens tegenover Joseph hadden, maar geen van de getuigen trok ooit zijn getuigenis in, en allemaal bevestigden ze hun getuigenis later in hun leven opnieuw.

Heiligen der Laatste Dagen erkennen dat het uiteindelijke getuigenis van het Boek van Mormon van God tot onze eigen geest komt, maar inzicht in de beschikbare historische gegevens over degenen die de platen zagen en voelden, kan een versterkend deel van ons eigen getuigenis zijn.

What's Your Take?

280 characters remaining
These takes are curated for a general audience and may contain minor edits when posted.
Once some Mormonr readers submit their takes, they will appear here. Submit yours above!
Footnotes