Zwarte heiligen en het priesterschap (tijd van Joseph Smith)

Tijdlijn (1829-1844)
juni 1829
December 1830–mei 1831
december 1830
Joseph Smiths vertaling van Mozes 7:22 zegt dat ‘het zaad van Kaïn zwart was’.[3]
februari–maart 1831
In zijn Bijbelvertaling voegt Joseph Smith een zinsnede toe aan het verslag van Noachs vervloeking van Kanaän: "een sluier van duisternis zal hem bedekken, zodat hij onder alle mensen bekend zal zijn."[4]
1 juli 1833
ca. 1834
Maart 1835
William W. Phelps schrijft dat Kaïns vloek van een donkere huid werd voortgezet via Hams afstamming en dat hij '[de] regel van God [brak] door te trouwen met ... een zwarte vrouw'.[7]
augustus 1835
De Leer en Verbonden wordt gepubliceerd met Sectie 102, waarin zendelingen de opdracht krijgen om slaven niet te onderwijzen of te dopen zonder toestemming van hun meesters.[8]
Januari 1836
Joseph Smith zet regels uiteen voor de Kirtland tempel, waaronder dat ‘oud of jong, rijk of arm, man of vrouw, slaaf of vrij, zwart of wit, gelovig of ongelovig’ daar mag aanbidden.[9]
31 maart 1836
april 1836
Joseph Smith beschrijft zwarte tot slaaf gemaakte mensen als de ‘zonen van Kanaän’ en gebruikt voorbeelden uit de Bijbel om een beleid van niet-inmenging in slavernij te bepleiten.[12]
18 juli 1836
ca. 1838
Oktober 1840
Het Eerste Presidium schrijft dat de Nauvoo-tempel een plaats van aanbidding zal zijn voor "mensen van alle talen, en van elke tong, en van elke huidskleur."[15]
januari 1842
Joseph Smith verwijst in zijn dagboek naar zwarte mensen als "zonen van Kaïn".[16]
maart 1842
Joseph Smith publiceert het Boek van Abraham, waarin staat dat de farao, een afstammeling van Cham, “vervloekt was . . . wat het priesterschap betreft” en dat hij “van die afstamming was, waardoor hij geen recht op het priesterschap kon hebben.”[17]
augustus 1843
Joseph Smith leert dat het priesterschap wordt gehouden “door recht van de eeuwige Goden — en niet door afstamming van vader en moeder.”[18]
ca. 1841–1844
ca. 1843–1844
juni 1844
Joseph Smith wordt gedood.[22]
Oktober 1844
Wilford Woodruff schrijft aan Brigham Young dat hij zich zorgen maakt dat William Smith geld vraagt aan leden, “spiritual wifery” onderwijst en zonder toestemming eeuwige huwelijken voltrekt.[23]
april 1845
Apostel John Taylor stelt dat zwarte mensen afstammelingen van Ham zijn en een "zwarte huid hebben die altijd een vloek is geweest" en "afvallig zijn van het heilige priesterschap."[24]
Ontvingen zwarte leden van de kerk het priesterschap tijdens het leven van Joseph Smith?
Ja. Van twee zwarte mannen—Elijah Able[BIO][27] en Q. Walker Lewis[BIO][28]—is bekend dat zij een ambt in het priesterschap hadden. Er is ook enig bewijs dat Enoch Lewis,[BIO] de zoon van Q. Walker Lewis, mogelijk geordend is.[29]
Joseph T. Ball[BIO] was waarschijnlijk van gemengde afkomst[30] en bekleedde een ambt in het priesterschap[31], hoewel hij in volkstellingsgegevens als wit stond vermeld[32] en door zijn tijdgenoten als wit werd beschouwd.[33]
Was de ordinatie van Elijah Able geautoriseerd?
Ja. De ordinatie van Elijah Able was geautoriseerd, vastgelegd in de kerkelijke archieven en ondertekend door Joseph Smith.[34]
Was de ordinatie van Q. Walker Lewis geautoriseerd?
De ordinatie van Q. Walker Lewis is naar verluidt in Massachusetts verricht door ouderling William Smith, maar er is geen documentatie over de ordinatie.[35][36]
Destijds werd gemeld dat William Smith de financiën slecht had beheerd, ongeautoriseerde meervoudige huwelijken had voltrokken, “spiritual wifery” had onderwezen en het volgende jaar werd geëxcommuniceerd.[37] William Appleby schreef in zijn dagboek dat de ordinatie van Q. Walker Lewis “in strijd was met de wet van het priesterschap en de kerk”,[38] maar Wilford Woodruff noemde niets over onjuiste priesterschapsordinaties in zijn verslag aan Brigham Young over William Smith en de kerk in Boston.[39]
Zowel William Appleby als Brigham Young schreven positieve opmerkingen over het persoonlijke karakter van Q. Walker Lewis, onder meer dat hij ‘zachtmoedig en nederig’ was en een van ‘de beste ouderlingen’.[40]
Betekent de excommunicatie van William Smith dan dat de ordinatie van Q. Walker Lewis niet geldig was?
Nee, niet per se, maar het gebrek aan verslagen, het slechte beheer van de kerkelijke administratie en ordinanties door William Smith, en zijn uiteindelijke excommunicatie maken het historische verslag over het beleid rond ordinatie tot het priesterschap in de tijd van Joseph Smith enigszins ingewikkelder.[41]
Waren er niet nog meer zwarte heiligen geordend tijdens het leven van Joseph Smith?
Waarschijnlijk niet. Sommige historici hebben gespeculeerd dat ‘Black’ Peter[BIO] mogelijk ook een ambt in het priesterschap had;[42] er is echter geen bekende schriftelijke bron die erop wijst dat hij geordend werd.
Er is ook geen aanwijzing dat een van de twaalf zwarte mannen die van 1839 tot 1846 in Nauvoo woonden, priesterschapsordinaties of tempelverordeningen ontving.[43]
Ontvingen zwarte leden tempelverordeningen tijdens Joseph Smiths leven?
Nee, behalve Elijah Able, die in 1836 in Kirtland zijn wassing en zalving ontving[44] en in Nauvoo deelnam aan dop voor de doden.[45] Op basis van beschikbare verslagen namen tijdens Josephs leven geen andere zwarte heiligen deel aan de tempelverordeningen.[46]
Toch werd de Nauvoo-tempel in een toespraak van het Eerste Presidium uit 1840 beschreven als een plaats van aanbidding voor ‘mensen van alle talen, en van elke tong, en van elke huidskleur’.[47]
Waren er beperkingen op kerklidmaatschap voor zwarte leden?
Nee, meestal niet. Volgens William W. Phelps[BIO] hadden de heiligen der laatste dagen in 1833 “geen speciale regel” voor het toelaten van zwarte leden tot de Kerk.[48] Later legden leiders van de heiligen der laatste dagen echter verschillende beperkingen op aan de doop van zwarte leden vanwege plaatselijke omstandigheden die met slavernij te maken hadden.[49]
Voerde Joseph Smith een beleid in om zwarte kerkleden te beperken in het priesterschap en tempelverordeningen?
Mogelijk, maar er is geen verslag uit Josephs tijd dat erop wijst dat hij onderwees of een beleid invoerde dat zwarte heiligen beperkt moesten worden in het priesterschap of in tempelverordeningen.[50]
Er is echter een verwijzing uit 1847 van William Appleby naar een kerkbeleid van beperking van het priesterschap tijdens Joseph Smiths tijd als profeet.[51] Er zijn ook latere verslagen waarin staat dat Joseph privé onderwees over een beperking van het priesterschap, van Abraham O. Smoot,[BIO][52] Zebedee Coltrin[BIO][53] en George Q. Cannon.[BIO][54]
Zijn de verslagen geloofwaardig dat Joseph onderwijs gaf over een beperking van het priesterschap?
Mogelijk. De verschillende verslagen[55] waarin Joseph Smith zou hebben onderwezen over een beperking op het priesterschap, zijn echter allemaal herinneringen van vele tientallen jaren later, en sommige onderdelen van sommige verslagen worden tegengesproken door andere historische bronnen.[56]
Sommige van deze verslagen werden in 1879 aan president John Taylor verteld, en hij concludeerde dat de ordinatie van Elijah „had plaatsgevonden voordat het woord van de Heer volledig werd begrepen” en dat „het zo mocht blijven”.[57]
Als Joseph had onderwezen dat er een priesterschapsbeperking voor zwarte heiligen was, zou hij dat dan niet hebben opgeschreven of publiekelijk hebben aangekondigd?
Mogelijk, maar er is een precedent voor Joseph dat hij belangrijke leringen privé deelde met mensen in een onofficiële context, zoals de leer van een Hemelse Moeder[58] en het meervoudig huwelijk.[59]
Werd Elijah Ables priesterschap door Joseph Smith ingetrokken?
Waarschijnlijk niet. Het enige bewijs hiervoor is een tweedehands verslag van Caleb Shreeve[BIO], waarin wordt beweerd dat zijn vader persoonlijk van Elijah Able te horen kreeg dat Joseph zijn priesterschap ‘introk’, maar dit verslag kan niet worden bevestigd.[60]
Er is ook een verslag van Zebedee Coltrin, dat vele tientallen jaren later werd opgetekend, waarin staat dat Joseph Elijah Able in 1836 uit het quorum van de zeventigers ontsloeg, maar Joseph F. Smith noteerde dat hij Elijahs ordinatiecertificaat met een datum uit 1841 had gezien, wat bevestigde dat hij een zeventiger was.[61]
Leerde Joseph Smith dat zwarte mensen ‘zonen van Kanaän’ waren en dat sommige mensen vanwege hun afkomst beperkt waren in het priesterschap?
Ja. Net als de meeste mensen in die tijd geloofde Joseph Smith dat zwarte mensen afstammelingen van Kanaän en Kaïn waren.[BIO][62]
En in 1842 vertaalde Joseph Smith ook het Boek van Abraham, waarin een beperking van het priesterschap wordt beschreven die ogenschijnlijk verband houdt met de afstamming die de farao via Cham met Kanaän deelde.[63][64]
Er zijn echter geen verslagen van tijdgenoten van Joseph die het Boek van Abraham tijdens zijn leven gebruikten als rechtvaardiging voor een beperking van het priesterschap.[65]
Hoe dachten vroege kerkleden over zwarte mensen?
Vroege kerkleden kwamen uit verschillende nationale achtergronden, maar ze waren overwegend wit[66] en deelden de opvattingen van de bredere witte samenleving van die tijd.[67]
Omdat er onder de vroege heiligen relatief weinig zwarte leden waren,[68] zijn er relatief weinig bronnen die iets zeggen over de houding tegenover hen. Het lijkt erop dat vroege heiligen zwarte mensen over het algemeen zagen als mensen die pastorale zorg en geestelijke steun verdienden,[69] maar over slavernij hadden ze gemengde gevoelens.[70]

Was Joseph Smith racist?
Ja en nee. Er zijn relatief weinig verslagen over Joseph en zijn houding tegenover zwarte mensen, maar de paar die er zijn laten tegenstrijdige opvattingen zien.[71] In de jaren 1830 pleitte hij voor een neutraal standpunt over slavernij[72] en leerde hij dat de Bijbel die goedkeurde,[73] maar hij ontving ook een openbaring dat geen mens in slavernij zou moeten zijn.[74] Later pleitte hij sterk voor een einde aan de slavernij.[75]
Hoewel een van zijn brieven een racistische scheldterm bevatte,[76][77] zijn er verschillende verslagen van Josephs vriendelijkheid en medeleven tegenover zwarte mensen.[78] Joseph en Emma nodigden Jane Manning James,[BIO] een zwarte vrouw, uit om bij hun gezin in te wonen,[79] en Jane zei dat Emma had aangeboden haar ‘als hun kind te adopteren’.[80]
Voerde Joseph Smith dus de beperking op het priesterschap en de tempel voor zwarte heiligen in?
Het is onduidelijk. Sommige historici denken van wel,[81] anderen niet.[82] De Kerk neemt over deze vraag geen standpunt in,[83] en de documentatie laat ruimte voor interpretatie.



about this topic